‘Mensen in nood praten vaak heel zacht, uit schaamte’

 

Annelien Nijland, vrijwilliger bij de Humanitaire Helpdesk in Rotterdam

Bij de Humanitaire Helpdesks van het Rode Kruis komen mensen binnen die niet weten waar ze heen kunnen met een hulpvraag. Ze zoeken hulp bij de meest basale dingen: eten, onderdak, medische zorg. Vrijwilligers luisteren, geven informatie en verwijzen door, en bieden waar nodig tijdelijke noodhulp. Annelien Nijland is sinds twee jaar vrijwilliger bij de Humanitaire Helpdesk in Rotterdam.

‘Vijf minuten voor openingstijd sta ik voor de deur van de Humanitaire Helpdesk van het Rode Kruis aan de Mauritsweg in Rotterdam. Een collega doet voor me open. We zeggen elkaar gedag en ik zet de laptop aan. Om twaalf uur zetten we de vlag buiten: we zijn open. Binnen voelt het een beetje als een huiskamer. Niemand hoeft hier een paspoort te tonen, het gaat op goed vertrouwen. Mensen komen hier als ze echt niet meer weten waar ze heen kunnen. Ze mogen gewoon binnenkomen en hun verhaal vertellen. Dat klinkt simpel, maar dat is het niet. Hulp vragen is moeilijk. Mensen in nood praten vaak heel zacht, uit schaamte.’

‘De eerste bezoeker komt voor een boodschappenkaart, bedoeld voor mensen die niet genoeg geld hebben om eten te kopen. We zien hier mensen die tussen wal en schip vallen. Voordat iemand een kaart krijgt, stel ik altijd vragen: hoe ziet je situatie eruit? Is er nog eten? Komt er binnenkort verandering? We proberen altijd vooruit te kijken. Zo bieden we mensen noodhulp en proberen we ze door te verwijzen voor een structurele oplossing.’

‘Er komt een man binnen die geen Nederlands of Engels spreekt. We gebruiken een vertaalapp. Hij blijkt uit Oezbekistan naar Nederland te zijn gekomen voor werk dat uiteindelijk niet doorging. Daarom wil hij graag hulp om terug te keren naar zijn thuisland. Ik koppel hem aan iemand die Russisch spreekt en hem verder kan helpen. Ze gaan in gesprek en ik zie de man uit Oezbekistan glimlachen. Dat doet me goed.’

‘Tussendoor drinken we koffie en eten we een koekje dat een hulpvrager heeft meegenomen na de ramadan. Dat soort kleine dingen maken het lichter, want de verhalen zelf zijn vaak zwaar. Ik probeer mensen wel aan het lachen te maken. En soms maken mensen ons aan het lachen. Zoals een man die voor iets anders kwam, maar ook pijn had aan zijn teen en zijn voet bijna in mijn gezicht hield: “Kijk, wil je het zien?”’

‘De vlag gaat weer naar binnen. We praten na over het vrijwilligerswerk hier, dat telkens laat zien hoe dun de lijn is. Mensen kunnen door tegenslagen hulpbehoevend worden. Gelukkig is er soms niet veel nodig om iemand weer op weg te helpen, als je maar weet waar je moet zijn.’